Pikante tonijndip

Vissen. Ooit had ik een aquarium, met alles erop en eraan. Nou nee, het begon eigenlijk zo: ik kreeg er 2 voor mijn verjaardag. Je weet wel, in zo’n boterhamzakje. Goudvissen. Ze zwierden met hun mooie oranje sluierstaarten wat angstig door hun veel te kleine huiskamer. Gelukkig had ik helemaal geen verstand van vissen en ook geen kom, een ontzettend tof kado, dus. De volgende dag kwam ik thuis met iets dat leek op een uit de kluiten gewassen cognacglas, wat groene stengels, kiezelstenen, voer, zelfs een klein stenen doorzwemhuisje en een lege portemonnee. Ik zou goed voor de dieren zorgen, was mijn voornemen, en verhuisde ze van het plastic zakje naar hun nieuwe, spannende leefomgeving. Ze gedijden prima, de beestjes, en ik had er zelfs plezier in om door het dikke glas hun onvermoeibare zwemrondes te observeren.
Na een tijdje werd het water vies, en ik verschoonde het. Een dag later zwommen ze niet meer. Hartstikke dood. Ik spoelde ze door het toilet, maar toen ik ze zag verdwijnen in het grote gat, kreeg ik daar toch een mistroostig gevoel van. Het water was waarschijnlijk te koud geweest, sprak de man van de dierenwinkel terwijl hij me beschuldigend over zijn bril aankeek.
Ik besloot het professioneler aan te pakken en kocht een heus aquarium met filters, een temperatuurregelaar en allerlei andere bijkomstigheden, die ik volgens de man met bril echt moest hebben. Een deksel met een tl-balkje leek me wat overbodig, die liet ik liggen. Ik kocht ook 6 exotische, prachtig gekleurde vissen, 2 grote en 4 kleintjes. De bak zag er werkelijk waar picobello uit, en ik was zo trots als een stomerij op zijn hagelwitte lakens. Maar och och, hoe noodlottig: wederom kruiste de man met de zeis mijn pad. Dit keer in de vorm van springvissen, die zichzelf in hun enthousiasme als een kanonskogel uit de bak hadden gelanceerd en, happend naar adem, een doodsklap op de grond hadden gemaakt. 2 Stuks. De groters. Hartstikke dood. Ik stopte ze in een luciferdoosje en begroef ze in de tuin.
Ik gaf de moed niet op (ik heb een graad in koppigheid) en vulde mijn bak aan met de koning der onderwaterwereldzwemmers: de maanvis. Man, wat een prachtexemplaar. Ik nam er 2, zodat ze niet zo eenzaam waren. Ik liet ze voorzichtig in de bak glijden. Ze zagen er tevreden uit, en ik ook. Voordat ik naar bed ging strooide ik nog wat gekleurde voervlokken in het water, maar tot mijn verbazing bleven de toeschietende, happende vissenmondjes uit. De maanvissen zwommen onverstoorbaar hun slow-motion rondjes. Niets aan de hand. Toch? Ik keek nog eens, nu wat oplettender. De kleine visjes. Weg. Verzwolgen door de grote, gestreepte brute barbaren. Hartstikke dood.

Nu eet ik ze alleen nog maar. Ook hartstikke dood;). Pikante tonijn, vandaag, in de dipreeks! Fantastisch met Turks brood, of naanbrood. En met allerlei knisperende, knapperige groenten, ook zo’n goeie.
Boodschappen voor een dipje tonijn, voor 4-6 personen. Althans, naar mijn maatstaven. Ik hou altijd van veel saus.
-2 blikjes uitgelekte tonijn op olie
-1-2 eetlepels sambal badjak, naar smaak
-een paar druppels tabasco, of meer naar smaak
-5 eetlepels mayo (wil je een slanke variant, kun je ook voor dikke yoghurt kiezen,maar mayo is natuurlijk de bom)
-1 kleine eetlepel kappertjes
-2 eetlepelszoete chili saus
-een halve fijn gesnipperde rode ui
-sap van een halve limoen
-1 theelepel paprikapoeder

En nu?
-pureer de tonijn met alle ingrediënten met de staafmixer of in de keukenmachine
-klaar!
Een mooie zaterdag, lieve allen!