Gambataart!

Je kent het wel he, het fenomeen visite (zelf doe ik er niet zo erg aan, ik heb het al druk genoeg om mezelf te vermaken). Eigenlijk zijn er, van wat ik mij kan herinneren toen ik nog sociaal was, twee soorten: de leuke en de niet leuke. Je hebt dus van die avondjes dat je met je kont stijfjes in je zwarte lederen bank gedrukt zit, en je naarstig op zoek bent naar het volgende gespreksonderwerp. Want als hij maar niet valt, die oorverdovende stilte die zo hard tegen je trommelvliezen aan dreunt dat het pijn doet.
Je schenkt 2 kopjes koffie, tussen het gezellig keuvelen door. Er staat zelfs een Delfts blauw schoteltje met koekjes klaar, met wel 3 verschillende soorten. Voor ieder wat wils, zeg maar. Als je bij het onderwerp ‘hoe is het met de kinderen’ aangekomen bent, wordt het tijd voor iets sterkers. Niet te gek, misschien een glas rode wijn? Die heb je meegenomen van jullie laatste vakantie in Frankrijk, zo bij de lokale wijnboer weggeplukt. Doet het altijd goed, zo’n verhaal, en stralend neem je na het eerste overdreven mondgerol de goedkeurende humhums en complimenten over deze uitstekende keuze in ontvangst. Tijd ook, om de nootjes en de blokjes kaas die je haastig (je was weer eens laat uit je werk) uit het AH schap heb gevist te presenteren. Nog meer gekeuvel. Wat een sfeer en gezelligheid.
Je schenkt nog een 2e glas van dat waterige Franse spul, je bezit een grenzeloze gastvrijheid.
Als de klok met een enkele slag aankondigt dat het half 11 is, wordt het toch echt wel tijd voor het bezoek om te gaan. Immers, morgen gaat gewoon de wekker weer! Met een ‘ontzettend leuk, dat moeten we toch echt vaker doen’ verdwijnt de visite, geruisloos oplossend in de duisternis aan de voorbode van de komende nacht (wat natuurlijk niet helemaal waar is, omdat er best veel lantaarnpalen met verkwistend licht in je straat staan te stralen, waardoor je ze 50 meter verder nog ziet lopen).

Je hebt ook van die avondjes, die geen draaiboek nodig hebben. Die lopen als een pas gesmeerde scharnier. Die je eerst om laten vallen van het lachen, en later van nét dat ene glaasje teveel. Die avondjes, waarbij de gesprekken moeiteloos in elkaar overvloeien en degene die het hardst schreeuwt het woord krijgt. Of dat iedereen als een voortgeblazen wolkenpartij naarstig door elkaar heen praat zodat niemand nog begrijpt wat er eigenlijk verteld wordt en door wie, en dat je zeker weet dat de druppels gemorste rode wijn op je witte tapijt blijvend onderdeel van je interieur worden. Maar gelachen wordt er. En geproost. En gegeten. Er is liefde. Overal. Dit zijn de mensen die je vertellen dat je gulp openstaat voordat je naar buiten gaat.
Die visite is heilig. Die visite verdient het dat je de beste wijnen in huis haalt, en ze laat drinken uit je mooiste kristallen glazen. Die visite verdient het ook, by far, dat je gambataartjes voor ze bakt. Echt:).

 

Boodschappen voor 8 taartjes:
-2 ontdooide plakjes bladerdeeg, in 4-en gesneden
-8 plakjes brie
-0,5-1 peer, in kleine mini-stukjes
-2 teentjes knoflook, in kleine stukjes
-2 eetlepels chili-olie
-kwinkslag peper uit de molen
-0,5 zakje kruidenboterkruiden
-8 joekel-gamba’s, rauw en gepeld
-eventueel bieslook en pepertje om te garneren

En nu:
-marineer de gamba’s in de chili-olie, knoflook en kruidenboterkruiden, laat een half uurtje in de koelkast staan
-verwarm de oven voor op 180 graden
-leg de bladerdeegjes op een bakplaat met bakpapier
-bekleed ze eerst met de brie, daarna met de peerstukjes en wat peper
-leg op elk taartje een gemarineerde gamba
-verdeel de overige olie over de taartjes
-schuif in de oven voor 20 minuten